
Welke techniek gebruikt wordt, hangt af van het aantal weken van de zwangerschap. Het is belangrijk om altijd eerst een echo te laten maken
De abortustechieken zijn:
Overtijdbehandeling
Abortus in een vroeg stadium, dat wil zeggen twaalf tot zestien dagen nadat de vrouw ongesteld had moeten worden. Tot 7 weken bestaat de mogelijkheid om te kiezen tussen twee soorten behandelingen; de zuigcurettage of de abortuspil (nog niet in alle klinieken toegepast).
Overtijdbehandeling doormiddel van een zuigcurettage
Het verschil tussen een overtijdbehandeling en een gewone abortus tot 13 weken is de procedure. Een verwijsbrief van een arts is niet nodig. Er geldt ook geen bedenktijd van vijf dagen. De behandeling geschiedt ook door middel van een zuigcurettage. Technisch gezien is de ingreep iets moeilijker doordat de kleine vrucht voor de arts moeilijk zichtbaar is. Een overtijdbehandeling wordt toegepast, wanneer je 12 tot 16 dagen overtijd bent.
Abortuspil
Een abortus met behulp van een abortuspil lijkt makkelijker en minder ingrijpend dan een abortus door middel van een operatieve ingreep, maar in werkelijkheid kan dat erg tegenvallen. Zo moet je bijvoorbeeld drie keer komen.
De abortuspil zorgt ervoor dat de baarmoeder het embryo (het kindje) afstoot. Dat gaat gepaard met een bloeding. Deze bloeding kan hevig zijn. De pil (Mifepristone) is alleen geschikt voor vrouwen die maximaal zeven weken zwanger zijn (gerekend vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie) en mag alleen worden voorgeschreven in abortusklinieken of ziekenhuizen, die een vergunning hebben voor het afbreken van zwangerschappen. De pil moet worden ingenomen onder toezicht van een arts. Die moet de vrouw in ieder geval de eerste drie uur in de gaten houden.
Vrouwen die voor de pil kiezen in plaats van de medische ingreep, moeten er dus rekening mee houden dat zij langer in de kliniek moeten blijven. Ook mogen vrouwen gedurende de eerste dagen van de behandeling niet alleen zijn.
De dosering bestaat uit de eerste keer drie tabletten die het embryo in de baarmoeder doen afsterven. Na 48 uur moet je terugkomen en krijg je een ander middel, Prostaglandine. Dit middel doet de baarmoeder samentrekken, waardoor het embryo naar buiten komt.
De vrouw moet 4-6 uur in de kliniek blijven voor observatie. Na 10-12 dagen moet zij dan nog een keer komen voor de nacontrole.
De pil faalt in 3-6% van de gevallen. In dat geval is de vruchtbeschadiging groot en moet alsnog een operatieve ingreep plaatsvinden.
Belangrijke bijverschijnselen zijn: overmatig bloedverlies, misselijkheid, braken en diarree.
Zuigcurettage tot 13 weken zwangerschap
Tot 13 weken wordt de abortus uitgevoerd door middel van een zuigcurettage. Voor deze ingreep lig je op je rug met je benen uit elkaar in steunen. Met een speculum wordt de vagina geopend, waardoor de baarmoedermond zichtbaar wordt. De behandeling gebeurt onder plaatselijke verdoving door middel van prikken rond de baarmoedermond en directe omgeving.
Met gebruik van steeds dikkere staafjes wordt de baarmoedermond opgerekt totdat de opening groot genoeg is voor de slang van de vacuumpomp waarmee de baarmoeder wordt leeggezogen. Als de vacuumpomp wordt aangezet, voel je de sterke zuigkracht waardoor de placenta en de foetus in kleine stukjes worden getrokken, zodat ze uit de baarmoeder kunnen worden weggezogen.
Dit duurt een paar minuten en veroorzaakt krampen, vergelijkbaar met flinke menstruatiepijn.
Na de ingreep rust de vrouw een poosje uit in een aparte kamer.
Na enige tijd controleert de verpleegkundige het bloedverlies. Als dit in orde is en de vrouw zich goed voelt, mag ze naar huis.
Een aantal klinieken biedt de mogelijkheid tot algehele narcose.
De vrouw die kiest voor een behandeling onder narcose, voelt niets van de ingreep. Ze moet naderhand wel langer ter observatie in de kliniek blijven, ongeveer 1 tot 1 1/2 uur.
Om infectie te voorkomen mag de vrouw enkele weken niet in bad, niet zwemmen, geen tampons gebruiken en geen seksueel verkeer hebben.
Complicaties kunnen zijn: bloedingen, teveel oprekken van de baarmoedermond, infecties.
Abortus van 13 weken tot 24 weken zwangerschap
Een zuigcurettage alleen is nu niet meer voldoende. Het kraakbeen van onder andere het hoofdje is gehard tot bot. Tot 24 weken wordt zuigcurettage gecombineerd met het gebruik van een abortustang. Dit gebeurt onder plaatselijke verdoving of als de zwangerschap verder is dan 18 weken onder algehele narcose. Het kindje wordt in de baarmoeder in stukjes gesneden, waarna deze via zuigbuizen naar buiten worden gebracht.
Bij zwangerschappen van 18 tot en met 24 weken wordt ook wel Prostaglandine of Cytotec toegediend. Hierdoor wordt de baarmoedermond soepel zodat deze makkelijker geopend kan worden. Bij vrouwen die al kinderen gehad hebben, is dit meestal niet nodig.
Hoe lang je last hebt van deze behandeling is vooral afhankelijk van het type verdoving. Behandelingen zijn over het algemeen poliklinisch. Een overnachting kan nodig zijn bij een abortus vanaf 18 weken. De kans op complicaties neemt bij een late abortus iets toe.
Er kunnen bloedingen optreden, en beschadigingen aan de baarmoeder (doorprikken) en de baarmoedermond. Infecties kunnen voorkomen. In sommige gevallen is bij complicaties verdere behandeling in een ziekenhuis nodig.
Met de klinieken is een Gentleman's Agreement gesloten, waar door de grens van toestaan van een abortus tot 22 weken is verlaagd.